Op 11 februari is Dramaturgievereniging Motorisch Moment officieel gelanceerd.
Verschillende sprekers namen het woord. Lees hier hun bijdrage aan de middag terug.
- Remco van Rijn | Welkom door het bestuur
- Florian Hellwig | Mara Durgt
- De Theatertroep, uitgesproken door Rosa Asbreuk en Patrick Duijtshoff | Een begin
De eerste Staat van de Dramaturgie werd uitgesproken door Suzan Tunca. Deze zal eerst gepubliceerd worden, alvorens hij wordt toegevoegd aan onze webpagina.
Remco Van Rijn | Welkom door het bestuur, februari 2026
Beste aanwezigen,
Op 13 januari 2025 kwamen ongeveer zeventig dramaturgen samen in het Universiteitstheater: jong en oud, uit verschillende disciplines en met uiteenlopende achtergronden. In de uitnodigingsmail voor die eerste bijeenkomst citeerden we Marianne Van Kerkhoven: “De dramaturg moet kunnen omspringen met eenzaamheid; hij of zij zit nergens echt in, hoort nergens echt bij.”
We schreven dat we dachten dat het tijd was om die eenzaamheid te doorbreken. Omdat we — individueel én als beroepsgroep — iets te bevechten hebben.
Marianne Van Kerkhoven schreef ook: “Dramaturgie is een eindig beroep. Het werk dat de dramaturg verricht, lost op in de productie, wordt onzichtbaar.” En: “De dramaturg gaat niet op de foto.”
Die positie — solistisch, in de schaduw, met werk dat onzichtbaar is — heeft voor mij iets heel aantrekkelijks. Ik denk vaak aan een zin uit Tasso van Goethe: “Vrij wil ik zijn in denken en in schrijven, in handelen beperkt de wereld al genoeg.” Als dramaturg hoef ik me niet bezig te houden met praktische oplossingen voor materiële problemen als niet-passende decors of snelverkledingen. Ik vind het heerlijk dat mijn materiaal niet tastbaar is: gedachten, gevoelens, betekenissen, associaties, taal — en dat ik daarin autonoom ben en nagenoeg onbegrensd.
Maar die positie van de dramaturg — solistisch, in de schaduw, met werk dat onzichtbaar is — heeft ook een keerzijde. Persoonlijk én systemisch.
Op persoonlijk niveau vormt zij een perfecte voedingsbodem voor uitholling en onzekerheid. Veel dramaturgen voelen zich een one-man band, altijd op zoek naar de volgende klus, opgejaagd door een continu gevoel van tekortschieten. Het risico is groot dat dat gevoel omslaat in twijfel aan je eigen kunnen, het imposter’s syndrome. Dat is geen persoonlijke zwakte: het is een logisch effect van een praktijk waarin je werk verdwijnt in dat van anderen en zelden expliciet wordt benoemd of erkend.
Dat brengt me naar het systemische niveau. Want zodra dramaturgisch werk slecht zichtbaar en slecht begrepen is, wordt het al snel ondergewaardeerd en onderbetaald — zeker wanneer artistieke dromen groter zijn dan het beschikbare budget. Dat leidt tot korte contracten, onduidelijke opdrachten of de vraag of je als dramaturg je functie niet kunt combineren met die van bijvoorbeeld regieassistent. Allemaal zaken die het dramaturgische vakmanschap ondermijnen, want de belangrijkste voorwaarden voor je werk als dramaturg zijn tijd en ruimte, en daarmee bedoel ik ook financiële ruimte, om een artistiek proces van voeding en kritische reflectie te kunnen voorzien.
Onze opdracht is dus helder: we moeten het onzichtbare zichtbaar maken.
De dramaturg mag — nee, móét — wél op de foto.
En dat is de taak die voor ons ligt. We moeten actief het gesprek aangaan met de sector — producenten, opleidingen en fondsen — over het belang van ons vak en over de omstandigheden waarin we dat vak optimaal kunnen uitoefenen.
En dat gesprek biedt ons als professionals ook de kans om het eigen vakmanschap te versterken, door verzwegen aannames expliciet te maken en kennis, expertise en netwerken te delen.
Dat is geen kwestie van één of twee incidentele bijeenkomsten. Het vraagt om een lange adem en structurele organisatie. Daarom hebben we afgelopen jaar besloten ons te verenigen, in de letterlijke zin van het woord. Vanuit de koplopersgroep werd een kwartiermakend bestuur samengesteld, dat afgelopen november de gang naar de notaris maakte.
Voor de goede orde stel ik het bestuur kort aan jullie voor.
Berthe Spoelstra, hoofd van de regieopleiding van de AHK, is onze penningmeester.
Floor Cremers is freelance dramaturg en zakelijk leider; zij is onze secretaris.
Florian Hellwig is freelance dramaturg en universitair docent Theaterwetenschap aan de UvA; hij is bestuurslid. En ik ben Remco van Rijn, dramaturg bij Het Nationale Theater, en voorzitter.
Per 1 januari staan wij ingeschreven als vereniging Motorisch Moment, kortweg MoMo.
Wat is MoMo? Op dit moment zijn we als een voorstelling die pas binnenkort in première gaat. Er is een idee. Er is een groep mensen die zich heeft verbonden. We hebben een rechtsvorm en een bankrekening. Maar het echte werk moet nog beginnen.
De komende maanden werkt het kwartiermakend bestuur toe naar een eerste ledenvergadering in april of mei, waar de leden een bestuur kiezen en het huishoudelijk reglement wordt vastgesteld. Daarnaast hebben twee bijeenkomsten in voorbereiding: op 24 maart tijdens de Dag van de Dramaturgie op Festival Cement; en eind mei tijdens SPRING, waar we een internationale uitwisseling zullen hebben met het onlangs opgerichte Asian Dramaturgs’ Network uit Singapore. Ook hopen we dit najaar weer zichtbaar te zijn op NTF Pro.
Ik heb het al vaak gezegd, maar kan het niet genoeg benadrukken: een vereniging is zo krachtig als haar leden. MoMo bestaat bij de gratie van jullie betrokkenheid, jullie tijd en — helaas onvermijdelijk — jullie contributie. Vanaf vandaag kun je lid worden; straks vertelt Berthe daar meer over. En we zoeken ook mensen die willen meewerken aan de communicatie, de bijeenkomsten, de kascommissie, en het uitwerken van het huishoudelijk reglement. Iedereen is welkom.
Ik wil afsluiten met het bedanken van een paar mensen zonder wie we hier vandaag niet hadden gestaan: Ricarda Franzen, Kyra Mol en de studenten van Talking Dramaturgy voor hun vele werk in de opstartfase; Sam Simons, voor onze online aanwezigheid; Suzan Tunca, voor het uitspreken van de eerste Staat van de Dramaturgie; en de Theatertroep, voor het ter beschikking stellen van deze fijne plek De Richel en hun bijdrage aan het eind van het programma.
Dank jullie wel — en dan geef ik nu graag het woord aan Florian.
Florian Hellwig | Mara Durgt, februari 2026
Toen Mara Durgt op één ochtend
Met zweet op haar voorhoofd
Ontwaakte uit onrustige dromen
Met louter dramatische verwikkelingen
Noodlottige handelingen en conflicten
Heroïsche strijd en pijnlijk verlies
Toen zij dus zwoegend wakker werd
Ten midden van een denkwaardige climax
Was ze in een dramaturg veranderd
Althans dat vond zij van zichzelf
Toen zij voor de spiegel stond
Trillend en bevend naar zichzelf keek
Met grote ogen, grote oren
En een veel te grote mond
Met de nieuwsgierigheid van een tijdreiziger
Ging zij aan haar ontbijttafel zitten
Om de krant door te ploegen
Als een arts de puls van de tijd te meten
De nieuwste ontwikkelingen
In de wereld te bestuderen
De tragiek van de politiek
De komedies van het alledaagse
Chaos en orde van de dag
De opstandigheden en onmogelijkheden
De obstakels en obsessies
De depressies en geboortes
De erotiek van het verraad
En de atletiek van het gevoel
Terwijl zij haar wijsvingers tegen elkaar wreef
Die van de inkt verkleurd waren
Door de sporen van het nieuws
Dat gauw geschiedenis zou zijn
En door historische kennis
Die nagalmt en weer oplaait
Vroeg zij zich af
Wat voor gereedschap
Zij nu nodig heeft als dramaturg
Omdat zij ergens had gehoord
Dat zij gereedschap moest hebben
Mijmerend kauwde ze op haar toast
Met blauwe kaas
Wat je nodig hebt
Zoals een clown
Een rode neus opzet
En in te grote schoenen loopt
Een tovenaar een hoed heeft
En een konijn
En louter trucs
Om ons te laten geloven
Dat het bestaat
Dat wij bestaan
Dat enkele woorden
Al genoeg zijn
Om een hele wereld te scheppen
Dat iemand boom kan roepen
En het publiek een woud ziet
De vraag
Hoe bestaat de dramaturg
Lag als een puzzelstuk
Op haar aanrecht
Hoe kom je aan jouw werktuig
In welke winkel kan je gerei kopen
Mara kon zich niet herinneren
Dat de winkels in haar straat
Waar ze brood en eieren kocht
Dramaturgisch gereedschap
In de schappen hadden liggen
Misschien lag het eraan
Dat ze er tot nu toe niet op had gelet
Toen ze haar boodschappen deed
Of wellicht was alles uitverkocht
Of bestond er ergens een specialzaak
Waar een rugzak verkrijgbaar is
Met louter dramaturgisch materiaal
Als passend gereedschap is gevonden
Wat doe je er dan mee
Hoe gebruik je jouw werktuig
Wat doe je met een hamer
Is een hamer om de regisseur te slaan
Of om klokken te luiden
Waar kan je met een boor een gat boren
En wat als er gruis uit de muur stroomt
Een oneindige ruis die niet stopt
Welke deuren kan je openen
En welke beter niet
Sommige deuren lijken niet voor iedereen
Alleen voor gekken en wolven
Welke bril kan je dragen
Hoe kan je met een potlood kijken
Zoals naar lichamen die de ruimte schrijven
Staat er dan een pot met verf
Is de lichaam een penseel
Hoe wordt iets belichaamd
En wat is een lichaam zonder orgaan
Mara ging de straat op
Liep gejaagd van deur tot deur
Zoals het meisje
Dat ooit achter een konijn was aangelopen
Niet wetend waar ze terecht zou komen
Bij haar zoektocht naar gereedschap
Totdat ze een blinde man ontmoette
Die op de hoek zat
In een rolstoel, met een stok
In een grijze zak gehuld
Die beloofde haar te helpen
Als zij hem een beetje naar voren zou duwen
En iets over de wereld wilde vertellen
Hoe de wereld er een straatje verder
En een straatje achter eruit ziet
En of ze vooral de details wilde omschrijven
De verborgen of onbelangrijk ogende dingen
Waarop ziende mensen nauwelijks letten
Mara deed haar best
Om aan de wens van de blinde te voldoen
Maar merkte hoe veel moeite het kost
Om de onopvallende dingen te zien
De onzichtbare fenomenen waar te nemen
Laat staan er woorden aan te geven
Dat niet elk woord meteen resoneert
Een wereld oproept of afbreekt
Zodat zij haar taal onhandig
En zichzelf onbeholpen vond
Ook knikte haar luisteraar dankbaar
En beloofde haar een vraag te beantwoorden
Waarover Mara niet lang hoefde na te denken
Zij boog naar voren
Om hem iets in het oor te fluisteren
Moest op haar tenen staan
Haar tenen als ladder gebruiken
Want haar tegenover
Leek een reus te zijn
Het dramaturgische gereedschap
Is beeldspraak
Herhaalde ze zijn woorden
Riep ze triomfantelijk
Maar dat geluk was niet lang van duur
Toen Mara besefte
Dat taal ook een instrument is
Hoe je iets gaat verwoorden
Wat je ziet, hoort en voelt
Hoe je ervaringen in een jas kleedt
Dat gedragen kan worden
Hoe woorden tot iets worden
Perspectieven wisselen
Identiteiten veranderen
Belichamen en bevragen
Hoe taal een baton is
Beweging die muziek voortbrengt
Of kakafonie
Hoe het lichaam zelf een taal is
Hoe het lichaam in de ruimte spreekt
Hoe het lichaam op zoek is naar de ander
Om te kunnen dansen
Haar moed zakte langzaam
In haar schoenen
En zij begon te twijfelen
Of het haar zou gaan lukken
Om denkbeeldig gereedschap te vinden
Omdat ze door de bomen
Het bos niet meer zag
Niet wist hoe zij nu verder moest zoeken
Toen zij ontdekte
Dat aandacht een ambacht is
Denkpistes geen omloop in de bergen zijn
Dat de dramaturg naast gereedschap
Eigenschappen bezit
Zoals moed en twijfels
Aandacht en verwarring
Compositie en ontregeling
Rust en onrust
Geduld en vertraging
Dat haar spel eentje van vragen is
Dat de dramaturg een nomade is
Een wandelaar
Op zoek naar een rivier
Zonder vaste plek
In de ruimte
In gezelschap
Onder mensen
Mara Durgt stond nu weer
Op de plek
Waar zij de blinde man had ontmoet
Maar de locatie was veranderd
Zoals coulissen op een podium
Worden weggedragen
Afgebroken en vervangen
Een drama afgelopen is
Of nog moet beginnen
Zo stond zij op dit open veld
In een lege ruimte
En besloot huiswaarts te lopen
Haar dag als een jas
Aan de kapstok te hangen
En weer in bed te gaan liggen
Het schemerde al
Toen Mara thuis
Voor haar spiegel stond
En naar zichzelf keek
Met haar rode ogen
Rimpelige lippen
En vermoeide oren
Clown en tovenaar word je niet
Je bent het, of je bent het niet
Misschien dat het net zo is
Met de dramaturg
Zij schoot haar pantoffels
Onder het bed
En ging rustig liggen
In spanning
Wat ze vannacht zou dromen
Misschien dat zij morgen
Als regisseur of acteur wakker zou worden
Terwijl zij sliep
Viel de spiegel uiteen
Geruisloos
De Theatertroep, uitgesproken door Rosa Asbreuk en Patrick Duijtshoff, februari 2026
Welkom.
Welkom?
Welkom bij het begin.
Welkom bij een begin.
Het begin van wat?
Het begin van wie?
En waarom?
En waar?
Wat willen ze?
Waarom willen ze dat?
Wat willen ze bereiken?
En waarom?
Pas op hoor.
Daar zitten ze.
Jullie.
De dramaturgen.
Dramaturgen, ook zoiets.
Daar zitten ze.
Jullie.
Met z’n allen.
Verenigd.
Dramaturgen aller provincies, verenigt u.
Ze zitten daar.
Ze kijken. Naar ons. De acteurs hier op het podium.
Acteurs, ook zoiets.
Ze kijken, moeilijk.
Zouden ze ons benijden? Wij, die het podium kennen als onze eigen broekzak. Op ons duimpje.
Of zouden ze denken, wie heeft dit geschreven?
Wat willen ze nou eigenlijk zeggen.
En waarom?
Waarom wordt het zo slecht gelezen.
Het lijkt wel op Handke.
Of Beckett.
Of Rijnders.
Rijnders, ook zoiets.
Waarom?
Nou, daarom.
Gewoon.
Daarom.
Moet er een antwoord zijn op het ‘waarom’?
Waarom niet?
‘Ik stel enkel vragen.
Ik hoef geen antwoorden.’
‘Eerst zonder beperkingen denken. ‘
Geen grenzen.
Dan toch weer een vraag.
Nog een vraag. Een andere vraag.
Een onverwachte vraag.
Iets waar je niet over nagedacht had.
‘Dan toch iets beperken misschien.’
De darlings killen.
Een beetje snoeien in alle gedachten.
‘Maar dan blijft er niets over.’
Dan misschien toch weer iets terug.
Toch weer terug naar de eerste gedachte. De kern. Het oergevoel.
Maar zonder al die bijgedachten.
Is dit het?
Zou dit iets kunnen zijn.
Laten we het hier maar mee proberen.
Even zonder alle opschmuck.
Gewoon wij, de ruimte en de gedachte, het verhaal.
Laten we het publiek ook niet vergeten.
‘Nu even niets meer vragen!’
Laat het maar even zo.
Ik weet het ook even niet meer.
Laten we maar even stoppen.
Even naar het café.
Mag dat?
Mogen we even naar het café?
Kut, kut, kut,
Naar Bali, naar China.
Nooit meer, nooit meer.
Woorden, woorden, woorden.
Zoveel woorden.
Zoveel verhalen.
Zoveel mensen.
Zoveel makers.
Overal makers.
Makers. Zoveel makers.
Zoveel vragen.
Zoveel voorstellingen.
Zoveel makers.
Dat komt maar op. Dat gaat maar af.
Dat blijft. Dat is het erge.
We staan hier in Theater de Richel bij een begin.
Niet zomaar een begin maar een bijzonder begin.
En zoals dat gaat met beginnen, komen er altijd ook middens en hopelijk niet te snel ook eindes. Maar dit is zeker niet het begin van het einde. En ook niet het eind van het begin van het einde. Of het begin van het begin van het einde.
Maar toch, elk begin is het begin van een einde. Zonder begin, geen einde. Maar nu, hier, vieren we het begin. Een nieuw begin. Of het begin van iets nieuws. Het is maar hoe je het bekijkt.
Wij, de Theatertroep, vinden het bijzonder dat we bij dit begin mogen zijn en hopen het einde niet meer mee te maken.
Wij kunnen enkel zeggen: Orden ze, die gedachten, slijp ze, scherp ze. Dat is hard nodig, in deze complexe wereld. Jullie zijn hard nodig in deze wereld. In een wereld waar verhalen geen verhalen meer zijn. Of niet zomaar meer verhalen. In een wereld waar verhalen worden verzonnen door computers. Waar echt niet meer echt is. Of soms zo echt dat de fictie de waarheid overstijgt. Een wereld waar verzet weer nodig is. Stel ze, de vragen. De pijnlijke, belangrijke, grote en soms schijnbaar onbenullige vragen.
Maar bovenal willen we zeggen: vier dit begin! Vier deze vereniging! Zoals een groot filosoof ooit zei: samen sta je sterker! Proost! Op de verhalen! Op de vragen! Op de dramaturgen! Op de kunst.